Naar de inhoud

Kennis vandaag,
meer mogelijkheden morgen

Menu
Vrouw begeleidt jongen aan keukentafel terwijl hij oefent met schriftelijke opdrachten

Bijles op de basisschool kiezen die aansluit bij wat je kind nodig heeft

Je kind loopt vast met rekenen, lezen of spelling en je vraagt je af of bijles kan helpen. Begin met uitzoeken waar het precies misgaat en bespreek met school welke ondersteuning al mogelijk is.

Door Marieke Hoogland · · 5 min leestijd

Een tegenvallend cijfer, ruzie rond het huiswerk of een kind dat zegt dat het iets niet snapt: zulke signalen kunnen reden zijn om extra hulp te overwegen. Maar bijles is niet automatisch de beste eerste stap. Soms helpt een andere uitleg op school, soms past oefenen buiten de klas, en soms vraagt een hardnekkige achterstand om gerichtere ondersteuning. De keuze begint daarom niet bij het zoeken naar een tutor, maar bij een concreet beeld van wat je kind moeilijk vindt en wat al geprobeerd is.

Wanneer is bijles op de basisschool zinvol?

Bijles kan passen als je kind op een afgebakend onderdeel extra uitleg en oefening nodig heeft, bijvoorbeeld bij breuken of begrijpend lezen. Het is minder duidelijk of bijles helpt wanneer de oorzaak nog onbekend is, je kind vooral moe of gespannen raakt, of de problemen op meerdere gebieden spelen. Dan is eerst overleg met de leerkracht belangrijk. Een leerachterstand is een signaal om samen te onderzoeken wat er speelt, geen bewijs dat je kind harder moet werken.

De cijfers over aanvullend onderwijs geven context, maar zijn geen voorspelling voor jouw kind. In de gegevens over groep 8 uit schooljaar 2018/2019 volgde ongeveer een kwart van de leerlingen een vorm van aanvullend onderwijs. In dezelfde uitsplitsing kreeg 6 procent betaalde bijles en 4 procent onbetaalde bijles. De Inspectie van het Onderwijs vermeldt daarnaast percentages voor andere vormen, zoals oefenen buiten schooltijd en ondersteuning bij specifieke leerbehoeften. Die cijfers beschrijven het onderzochte schooljaar en deze categorieën; ze zeggen niet welke aanpak voor een individueel kind werkt. De uitsplitsing staat in de Staat van het Onderwijs 2021.

Wat moet je weten voordat je hulp kiest?

Begin met de vraag: wat kan je kind nog niet zelfstandig, en bij welke stap gaat het mis? “Rekenen is moeilijk” is te breed om een aanpak op af te stemmen. “Je kind kan deelsommen maken, maar raakt de volgorde kwijt bij redactiesommen” geeft meer houvast. Vraag de leerkracht om voorbeelden uit het werk en bespreek wat er in de klas gebeurt. De school kan lessen aanpassen, extra instructie geven, extra oefening aanbieden of een leerling in een klein groepje begeleiden, volgens de uitleg van de Rijksoverheid over extra hulp op de basisschool.

Bespreek ook hoe je kind de hulp ervaart. Is de uitleg te snel, is er angst om fouten te maken, of is het lastig om de aandacht erbij te houden? Het antwoord kan uitmaken voor de keuze tussen extra uitleg, korte oefenmomenten, aanpassing van het huiswerk of gerichtere begeleiding. Vraag je kind wat wél helpt en laat het meedenken over een haalbaar doel. Zo wordt bijles geen straf voor lage cijfers, maar hulp bij een specifieke hindernis.

Welke mogelijkheden zijn er naast betaalde bijles?

Je kunt ondersteuning op verschillende plekken onderzoeken. De leerkracht kan extra instructie of oefenmateriaal inzetten binnen de school. Soms is oefenen thuis genoeg, mits het kort en haalbaar blijft en aansluit bij wat in de klas wordt geleerd. Een tutor kan buiten school extra uitleg geven. Bij een aanhoudende of specifieke leerbehoefte kun je met school bespreken of remedial teaching of een andere vorm van ondersteuning passender is; bespreek wanneer gerichte leerondersteuning past.

De Rijksoverheid benadrukt dat extra hulp die een leerling nodig heeft in principe op en door de school geregeld hoort te worden. Betaalde bijles is dus niet vanzelfsprekend de eerste oplossing. Vraag de school welke ondersteuning beschikbaar is en wat er al is geprobeerd. De route van basisschool naar middelbare school kent bovendien eigen momenten waarop ouders informatie nodig hebben; bekijk hoe de schoolloopbaan verder loopt.

Vraag bij externe begeleiding vooraf hoe de lessen aansluiten op de methode van school, wie het leerdoel bepaalt en hoe voortgang wordt teruggekoppeld. Informeer naar de totale kosten, eventuele voorbereidingstijd en de afspraken als een les niet doorgaat. Vergelijk aanbieders op aanpak en communicatie, niet alleen op een belofte over cijfers. Een goede match betekent dat je kind zich veilig genoeg voelt om vragen te stellen en fouten te maken.

Hoe pak je de keuze stap voor stap aan?

  1. Verzamel concrete voorbeelden. Noteer wat je kind lastig vindt, wanneer het gebeurt en wat al goed gaat. Neem werk of feedback van school mee.
  2. Plan een gesprek met de leerkracht. Vraag welke uitleg en oefening al zijn ingezet, hoe je kind daarop reageert en wat de volgende stap kan zijn.
  3. Kies een klein, zichtbaar doel. Bijvoorbeeld: je kind kan na uitleg een bepaald type som zelfstandig aanpakken. Vermijd doelen als “beter worden in rekenen”, die zijn lastig te beoordelen.
  4. Spreek de aanpak en duur af. Maak duidelijk wie oefent, met welk materiaal en wanneer jullie samen bekijken of de aanpak werkt. Houd ook rekening met vrije tijd en andere activiteiten.
  5. Betrek je kind. Leg uit waarom er extra hulp komt en vraag welke uitleg prettig voelt. Een kind hoeft niet alle beslissingen te nemen, maar moet wel kunnen aangeven wat helpt of juist belastend is.

Bij de overstap naar groep 8 en daarna de brugklas kan extra oefenen soms samengaan met vragen over het vervolgonderwijs. Houd die onderwerpen uit elkaar: bijles richt zich op een leerbehoefte, terwijl de overgang vraagt om eigen informatie en gesprekken. Maak van voorbereiding geen extra druk als de hulpvraag ergens anders ligt.

Hoe controleer je of de begeleiding werkt?

Kijk niet alleen naar cijfers. Let ook op of je kind een aanpak kan uitleggen, een opdracht zelfstandiger begint, minder vaak vastloopt of met meer vertrouwen om hulp vraagt. Spreek vooraf af welk werk of welke observatie jullie gebruiken om de verandering te beoordelen. Een korte terugkoppeling tussen begeleider en ouders kan helpen, mits de schoolstof en privacy van je kind zorgvuldig worden behandeld.

Als er na de afgesproken periode weinig verandert, vraag dan waarom. Misschien sluit de uitleg niet aan, is het doel te groot, is er te weinig afstemming met school of speelt er een andere oorzaak. Meer lessen zijn niet automatisch het antwoord. Bespreek met de leerkracht of een andere aanpak of nader onderzoek nodig is. Volgens de Rijksoverheid kan school, wanneer een leerling achterblijft, samen met ouders bekijken welke ondersteuning nodig is; eventueel onderzoek gebeurt met toestemming van ouders.

Houd ook de belasting in de gaten. Als je kind tegen de lessen opziet, uitgeput raakt of het gevoel krijgt voortdurend tekort te schieten, bespreek dat meteen. Goede begeleiding moet aansluiten bij de hulpvraag en het welzijn van je kind. Spreek daarom af wanneer jullie evalueren en welke signalen aanleiding zijn om eerder te stoppen of de aanpak te veranderen.

Veelgestelde vragen

Moet ik eerst met de leerkracht praten voordat ik bijles regel?

Dat is meestal verstandig. De leerkracht kan vertellen welke onderdelen lastig zijn, wat er in de klas al wordt gedaan en of de problemen ook op school zichtbaar zijn. Zo voorkom je dat extra oefenen losstaat van de lesstof of juist herhaalt wat je kind al beheerst. Je kunt daarna samen afspreken wanneer extra hulp buiten school zinvol is.

Hoe vaak moet een basisschoolkind bijles krijgen?

Er is geen vast aantal lessen dat voor ieder kind werkt. Dat hangt af van de hulpvraag, de leeftijd, de belasting naast school en de reactie van je kind. Spreek met de begeleider een korte periode en een concreet doel af. Evalueer daarna of je kind de aanpak begrijpt en zelfstandiger verder kan, in plaats van lessen automatisch te verlengen.

Is bijles hetzelfde als remedial teaching?

Niet altijd. Bijles richt zich vaak op extra uitleg en oefenen van schoolstof. Remedial teaching is doorgaans gerichter op het onderzoeken en aanpakken van een leerprobleem of specifieke achterstand. De benaming alleen vertelt niet precies wat iemand aanbiedt. Vraag daarom naar de werkwijze, ervaring met de hulpvraag, doelen en afstemming met de school. Bij aanhoudende zorgen bespreek je ook welke ondersteuning school kan bieden.

Helpt bijles bij dyslexie of dyscalculie?

Extra uitleg kan soms helpen bij onderdelen van lezen of rekenen, maar bijles is niet automatisch specialistische ondersteuning voor dyslexie of dyscalculie. Bespreek met de school welke signalen zijn gezien, welke hulp al is geprobeerd en of verder onderzoek passend is. Kies eventuele begeleiding op basis van de concrete behoefte en laat vooraf uitleggen wat de begeleider wel en niet kan bieden.

Naar de rubriek